Vignet 1968 tot 2011

 

In 1968 is door een van de leden, J.J. Koelensmid-van der Staa, een vignet ontworpen. Zij lichtte de achtergrond ervan als volgt toe:

"Bij het ontwerpen van [het] vignet voor onze Orde ben ik uitgegaan van het meest verheven symbool: de cirkel, waarvan het middelpunt overal en het einde nergens is. Beeld van de oneindigheid, van het Goddelijke, dat het Al omvat … en waarvan we wensen, dat we de verbinding ermee steeds bewuster zullen ondergaan. Daarom werden de spaken getrokken, die de verbinding vormen van het middelpunt. Er werden twaalf getekend, het aantal tekens van de dierenriem waarvan we allen iets van hun uitstralingen in ons hebben en door wier stand bij de geboorte, volgens de astrologen ons karakter beïnvloed wordt. Ook kunnen we bij dit getal denken aan de twaalf maanden van het jaar, die we steeds opnieuw zullen doorleven, in hun vaste volgorde, zolang ons levenswiel wentelen zal.

Onze levenslijn loopt niet strak, maar beweegt zich als een soepele golfrand om de cirkel, beeld van het heen en weer ebben, symbool ook van het vrouwelijk beginsel: het oerwater en van de wassende en krimpende maan. Bij het ontwerpen speelde de gedachte aan twee tegengestelde krachten, waar we altijd mee te maken hebben, ook een rol: het mannelijk en het vrouwelijk principe, het licht en donker, weergegeven in het Oosterse Yan en Ying teken, dat gevormd word door een lichte en donkere oerkiem, die in elkaar passen en samen een cirkeloppervlak innemen. Als we in ons ontwerp twee tegenover elkaar staande kiemen van de rand in elkaar schuiven vormen ze ook weer een cirkel. Op zichzelf aangewezen is elk dezer beide elementen onvruchtbaar. In samengang, “als de scheppingsadem ingaat in de wateren” voltrekt zich het mysterie en wordt nieuw leven opgewekt. De cirkelgang van aaneengerijde kiemtekens vormt een keten van met elkaar verbonden schakels."

(Uit Vita Feminea Textura Mededelingenblad, februari 1968)