Het Rad (Levensrad of Rad van de Kosmos) draait om het Ene, het middelpunt van het al, dat in het logo is weergegeven als Openheid, Ruimte en in de broche door een parel, zinnebeeld van De Innerlijke Schat.
In de navel (nakhi wat ook wielnaaf betekent) van het ongeborene was het Ene opgericht, waarin alle schepselen zijn bevestigd.
(In een andere vertaling staat 'waarop alle werelden zijn gegrondvest')
Het aantal spaken - twaalf - is gekozen als zinnebeeld van de kosmos, de twaalf tekens van de dierenriem.
Het Rad wentelt zich om en om;
daarin zijn alle wezens bevestigd;
zwaar is de last,
toch wordt de as niet heet
en breekt niet in der eeuwigheid,
noch ook de naaf.
Om het rad slingert zich een golfrand, symbool van het vrouwelijk beginsel, het oerwater.
Tevens van het op- en ondergaan van de maan, ook een vrouwelijk symbool, waarmee zich de buitenste rand vervlecht.
Er zijn twee krachten in de natuur, die in alle opzichten aan elkaar tegengesteld zijn en zich in die volstrekte tegengesteldheid tot in eeuwigheid handhaven: aan de ene kant het mannelijk beginsel, aan de andere kant het vrouwelijk beginsel.
Een symbool hiervan vindt men in het Yang en Yin teken, dat in zijn twee helften dezelfde vorm laat zien, die tezamen een cirkel vormen.
De buitenrand van ons symbool wordt gevormd door zo'n helft van dit teken, het zg. kiemteken.
Op zichzelf aangewezen is elk van deze beide elementen onvruchtbaar. Als zij met elkaar in verbinding treden ('wanneer de scheppingsadem ingaat in de wateren') voltrekt zich het mysterie: op dat punt en op dat ogenblik ontstaat het Leven, de 'Gouden Kiem' genaamd, dat begin en oorsprong is van al het geschapene.
De twee buitenste randen van ons vignet (de kiem die in het water dringt) zijn dus ook tesamen een symbool van de vruchtbaarheid, het zich eeuwig vernieuwende, dat helpt het Grote Rad te doen wentelen om het Al-Ene.
(J.J. Koelensmid-van der Staay)