Leven is als weven

Symboliek is als instrument te gebruiken
om tot zelfontplooiing te komen
Zoals de naam al aangeeft, is de Orde van Weefsters Vita Feminea Textura een vereniging van vrouwen die zich bezighouden met weven. Zij doen dat echter in overdrachtelijke zin: zie de samenleving en ook het eigen leven als een weefsel en werk daaraan alsof je een draad weeft in een groot weefsel, dat uiteindelijk een hogere oorsprong heeft. De symboliek die hierin tot uitdrukking komt is voor de Weefsters een hulpmiddel bij het verwerven van inzicht in hoe de wereld verbeterd kan worden door bij jezelf te beginnen. Dit artikel komt uit in het jaar dat de Orde van Weefsters 55 jaar na haar oprichting tot buiten de grenzen van Nederland uitgroeit en een zusterorde sticht in Parijs.
Werkwijze
Lidmaatschap van de Orde wordt verkregen door te worden ingewijd. De inwijding is echter pas het begin van wat de Orde biedt: een vrijplaats om, hoe verschillend de leden onderling ook zijn, met elkaar van gedachten te wisselen, zonder dat er geoordeeld (of beoordeeld) wordt. Kenmerkend voor de Weefsters is dat zij onder elkaar geen dogma hanteren, dat er geen recept gegeven wordt en dat ieder op eigen wijze bezig is zich te ontplooien. Er is geen eenduidige weg naar waarheid en wijsheid, is het uitgangspunt. Ieder zoekt zelfstandig naar de kern van het bestaan en naar het eigen wezen. Wie zal zeggen hoe ver de ander is gevorderd, wie is in staat zichzelf daarop te beoordelen, zolang waarheid en wijsheid altijd een tijdelijk en persoonlijk karakter hebben? De zoektocht zelf is waar het om gaat. Daarin elkaar te stimuleren en gestimuleerd te worden is belangrijk.
Inwijding
Een essentieel hulpmiddel is de inwijding en de symboliek die daarin gebruikt wordt. Een inwijding is als het ware een rollenspel waarin de inwijdeling de reis door het leven verbeeld ziet. In de symbolische setting van de inwijding verbeeldt iedere medespelende een aspect van iemands innerlijk. Alles wat gebeurt of gezegd wordt, zal de inwijdeling op zichzelf betrekken. Doordat de symboliek door iedereen op een eigen wijze wordt geïnterpreteerd, kan een tekst en een handeling die altijd hetzelfde is, voor iedere persoon toch een andere betekenis krijgen. Ook roepen symbolen bepaald niet altijd dezelfde associaties op. Op die manier komen vaak gevoelens naar voren, die men zich tot dan toe niet bewust was. Wordt tijdens de inwijding bijvoorbeeld aangegeven dat men een reis gaat maken, dan zal de een met frisse moed vooruitstappen en de ander voorzichtig voortschuifelen. Mensen reageren op dezelfde situaties soms totaal anders. Dat hangt af van iemands karakter, ervaring en opvoeding. Daardoor zijn inwijdingen altijd anders, ondanks de vaste tekst en handelingen. Dat is ook de kracht ervan: uiteindelijk is niet wat iemand krijgt voorgeschoteld van waarde voor iemands ontwikkeling, maar dat wat iemand zelf met informatie, ervaringen en gevoelens doet.
Gesprekken
Tijdens gesprekken in kleine groepjes worden de teksten van de ritualen en de eigen beleving van de inwijding besproken. Het is verrassend hoeveel verscheidenheid er is tussen mensen in de manier waarop ze met het leven en hun eigen mogelijkheden omgaan. Wie een symbolisch instrument aangereikt krijgt, zal er in eerste instantie mee in handen staan als iemand die bijvoorbeeld nog nooit een nijptang heeft gehanteerd of met een computer heeft gewerkt, niet wetend wat er mee te doen. Maar bij het combineren met wat er in het eigen innerlijk leeft, wordt een symbool een eigen betekenis gegeven en wordt duidelijk wat voor deze mens de toepassingsmogelijkheden zijn. Een spoel om draad mee te weven, kan bijvoorbeeld voor de een het gevoel van verantwoordelijkheid om de samenleving te verbeteren oproepen. De ander kan die spoel zien als symbool van eigen zelfstandigheid, de kans om iets te gaan doen met haar leven. Door erover te praten ontdekken de Weefsters wat hen onbewust drijft of belemmert. Het is zo mogelijk op het spoor te komen van achterhaalde gewoonten, blokkades of nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Het symbool en de beleving ervan in een inwijdingscontext zijn hulpmiddelen om tot de diepere lagen van iemands persoonlijkheid door te dringen. Het blijft echter altijd aan de Weefster zelf om dat inzicht te verwerven en om daarna met dat inzicht iets te doen.
Verandering
Sommige vrouwen krijgen van hun omgeving te horen dat ze in hun voordeel veranderen. Dat valt vooral op als er veel gebeurt in een korte periode, zoals in een crisis of een overgang naar een nieuwe levensfase. Anderen veranderen misschien ook wel, maar dat is een proces van jaren, waarin de Orde een constante factor is, waarvan onduidelijk is hoe die meespeelt in iemands leven. Een vrouw die na vijftig jaar lidmaatschap terugkijkt, kan zich onmogelijk meer indenken hoe haar leven zonder die Orde geweest zou zijn: groeien doet een mens zijn leven lang. Hoeveel effect de werkwijze van de Orde heeft, is afhankelijk van een aantal factoren. In eerste instantie is dat de mate waarin iemand open staat voor nieuwe zienswijzen. Het aanhangen van een leer of dogma belemmert het zelfstandig zoeken: er is immers al iets gevonden dat kennelijk bevredigend is. De bereidheid om bij zichzelf naar binnen te kijken is een tweede, daarmee samenhangende factor. Wie de wereld wil verbeteren, moet bij zichzelf beginnen. Het rationeel kunnen accepteren dat ook andere zienswijzen mogelijk zijn en de bereidheid daarvan kennis te nemen, wil nog niet zeggen dat ook het vermogen bestaat om afstand te nemen van zichzelf. Ook kleine zekerheden, die je verworvenheden kan noemen en die in de loop van het leven zijn opgedaan, kunnen tot dogma verworden. Het loslaten van zekerheden is echter niet gemakkelijk. Bewustwording van het feit dat iemand dat doet, kan het begin zijn van het leren loslaten en daarmee het toelaten van nieuwe gezichtpunten en inzichten die het mogelijk maken om zichzelf te leren kennen. Het orakel van Delphi wordt de spreuk toegeschreven: Ken Uzelve en wordt die Gij zijt. Deze spreuk is ook nu nog van toepassing.
Symbolen
Het effect van het werken met symbolen hangt ook af van de vaardigheid die men heeft om symboliek als instrument te hanteren. Bij het voeren van gesprekken met belangstellenden voor het lidmaatschap wordt geprobeerd om te sonderen of symbolen voor de persoon in kwestie betekenis kunnen hebben. Wat zegt het uitwisselen van trouwringen u? Waarom steken mensen kaarsen aan bij een sterfplaats? Wat voor betekenis kan speciale kleding hebben, zoals een habijt of een toga? Kunt u de Bijbel als symbool zien? Het zijn zaken die in het dagelijks leven voorkomen, maar die voor iemand met gevoeligheid voor symbolen meer zijn dan een simpele conventie of een overgeleverde gewoonte. Tijdens de inwijdingen komen symbolen voor, die voortkomen uit de symboliek van het licht, de symboliek van het reizen en uiteraard uit de symboliek die samenhangt met spinnen, weven en ontwerpen. De symboliek kan op verschillende manieren worden opgevat, afhankelijk van de context. Een symbool kan betekenis hebben in de context van het eigen innerlijk, in de context van de samenleving, maar ook in de volle breedte van de kosmos en het goddelijke. De interpretatie hangt steeds af van waarmee men bezig is, wat betekenis heeft op dat moment in iemands leven. Daarom kunnen de leden elkaar de gelegenheid geven zich aan elkaar te spiegelen, niemand kan een ander de
juiste interpretatie geven. Het omgaan met symbolen dient geoefend te worden, net als spinnen en weven oefening vergen om een fraai resultaat te verwerven. Deze oefening verkrijgt men in gesprekken, die in kleine groepjes plaatsvinden. De gesprekgroepjes bestaan uit geoefende leden en minder ervaren leden, die zich bekwamen in het omgaan met symboliek. Het gaat er meestal serieus aan toe, maar ook spelen humor en relativeringsvermogen een rol, want zonder dat zijn beschouwingen al gauw loodzwaar.
Zoveel leden zoveel zinnen
Niemand die lid wordt van de Weefsters is een blanco blad. Allen hebben zich, voordat ze toetraden, wel op enigerlei wijze beziggehouden met religieuze, spirituele of wijsgerige zaken. Dat kan zijn door bijvoorbeeld het lezen van boeken, bezoeken van bijeenkomsten van groeperingen, door het volgen van leermeesters of het volgen van cursussen. Sommigen hebben de kerk waar zij lid van waren de rug toegekeerd. Wat bijna altijd een rol daarbij speelt is dat men uiteindelijk niet heeft gekozen voor een bepaalde (al of niet traditionele) geestelijke levensweg vol dogmatiek. De onbegrensde uitwisseling, het openen van nieuwe en soms verrassende vergezichten en het feit dat alle stromingen en meningen naast elkaar kunnen bestaan, geven ruimte die elders niet gevonden wordt. Veel leden combineren hun lidmaatschap van de Weefsters met cursussen, kerk of andere groeperingen of interesses. Zij verbinden zich in zoverre aan elkaar dat zij elkaar accepteren, respecteren en reflecteren. Daarom noemen zij elkaar ook zusters. Zusters kunnen heel verschillend zijn en zijn toch familie. Ook het idee van de wereldbroederschap van mensen is verankerd in de grondslag, zoals die in de Statuten vermeld staat: 'De Orde van Weefsters is gegrondvest op de overtuiging dat de vrouw behoefte heeft aan een haar eigen geestelijke verdieping van de persoonlijkheid en de daaruit voortvloeiende ontplooiing in vrijheid tot volledig mens-zijn. De Orde gaat daarbij uit van de alles ordenende Werkelijkheid, het aan de persoonlijke aard en de overtuiging van ieder harer leden overlatende met welke naam zij die wil noemen.'
Bij een enquête van enkele jaren geleden werd gevraagd aan de leden waarom zij destijds lid geworden zijn en wat hen nu boeit aan de orde. Een meerderheid noemde de uitwisseling van gedachten met anderen als het meest aantrekkelijk toen zij toetraden. Leden die al langer lid zijn geven echter aan dat het rituele aspect (de inwijdingen en werken met symbolen) voor hen uiteindelijk het belangrijkste is geworden. Een dergelijk verschil wordt natuurlijk veroorzaakt doordat men zich van tevoren geen goede voorstelling kan maken van de inwijding en de impact die deze kan hebben, terwijl men door de jaren heen daarmee leert werken. Het uitwisselen van gedachten is daarbij geen doel op zich meer.
Spirituele doelstellingen
Het blijkt voor buitenstaanders en voor leden even moeilijk om de Orde van Weefsters te voorzien van een etiket dat de doelstellingen en werkwijze omschrijft. Er zijn zowel psychologische als sociale als religieuze aspecten aan de werkwijze. Er bestaan drie inwijdingen, die tot spinster, weefster en ontwerpster, drie graden. Samen geven zij een totaalbeeld van de mens in de context van zijn omgeving en dat wat aan alles ten grondslag ligt. Deze volgen elkaar op na ongeveer een jaar en worden aan ieder lid gegeven. De inwijding tot spinster is vooral gericht op het psychologische aspect: wie ben ik, wat zijn mijn mogelijkheden en beperkingen? De aandacht is dan naar binnen gericht met als steekwoord: bezinnen. Bezinnen blijft altijd nodig, zoals spinnen nodig is om te kunnen weven. De inwijding tot weefster heeft vooral betrekking op de relatie met de ander, de buitenwereld, en de plaats die men in de wereld van de mensen inneemt, het sociale aspect. Dit komt ook tot uitdrukking in het samenwerken, het met elkaar spreken, de onderlinge verbondenheid. Het steekwoord van deze graad is doen. De inwijding tot ontwerpster heeft tot onderwerp de ontmoeting met het hogere. Ieder heeft een goddelijke kern in zich maar ziet dat tegelijkertijd ook in anderen en om zich heen. Hier gaat het om het spirituele, religieuze. Het is bijzonder dat ook hier de vormgeving ruimte laat voor ieders persoonlijke overtuiging en voor eigen interpretatie. Het steekwoord dienen slaat dan ook niet op godsdienst, maar op het in lijn zijn met het ontwerp van de schepping, dat overal herkenbaar is voor wie het eenmaal heeft gezien.
De Vrijmetselarij en de Weefsters
De vrouwen die de Orde van Weefsters in 1947 oprichtten waren vrouwen van Vrijmetselaren. In de Vrijmetselarij is in de loop der eeuwen vele malen een discussie gevoerd over de vraag of vrouwen toegang moesten krijgen tot de manlijke gemeenschap van de bouwers aan de symbolische tempel van Salomo. Er waren altijd weer voor- en tegenstanders. In de 18e eeuw, toen geheime genootschappen een populair verschijnsel waren in de hogere kringen, ging de Franse Vrijmetselarij over tot het instellen van zogenaamde adoptieloges: speciaal voor de echtgenotes en dochters van Vrijmetselaars werd een ritueel opgevoerd met een allegorische inslag en een morele boodschap. Hoewel de manlijke en vrouwelijke rollen uit de maatschappij wel werden bevestigd, leverde dat toch een goede mogelijkheid voor vrouwen om te delen in het 'spel' en symboliek te zien als een hulpmiddel voor ontplooiing. In Amerika ontstond een adoptieorde, de Eastern Star, die ook nu nog in diverse landen werkt. In de 19e eeuw waren er stemmen die zeiden dat al te veel geestelijke inspanning schadelijk voor vrouwen zou zijn en dat zij daardoor hun liefhebbende en onschuldige vrouwelijke aard zouden verliezen. Anderen meenden dat vrouwen twist en rivaliteit zouden veroorzaken. Maar altijd weer kwam toch dezelfde vraag weer naar voren: waarom geen vrouwen in de Vrijmetselarij? Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was dat ook voor de Vrijmetselarij een ramp. Immers, een esoterisch genootschap waar de overheid geen toegang had, was per definitie verdacht. Overal waar de bezetter kwam werd de Vrijmetselarij verboden, de bezittingen afgevoerd en de Nederlandse Grootmeester werd geïnterneerd. Toch ging het gedachtegoed niet verloren en in 1945 werd de geestelijke arbeid van het bouwen weer opgepakt. Vrouwen hadden in de oorlogsjaren heel wat activiteiten overgenomen die daarvoor door mannen gedaan werd, omdat mannen waren afgevoerd, ondergedoken of op moeilijke posities zaten. De vrouwen hadden daardoor een zeker zelfbewustzijn opgebouwd. Ook in geestelijk opzicht was duidelijk dat vrouwen niet voor mannen onderdeden. In het landelijke tijdschrift van de Vrijmetselarij werd door de redactie weer eens aan de orde gesteld of het nu geen tijd was vrouwen in de gelederen toe te laten. De vraag werd ook gericht aan vrouwelijke lezers, echtgenotes en andere familieleden, hoe dachten zij er eigenlijk over?
Ritueel
Twee vrouwen reageerden. Hun leeftijden lagen ver uit elkaar: 27 en 72. Maar in hun mening waren zij gelijk: vrouwen en mannen zijn misschien wel gelijkwaardig en streven in principe dezelfde geestelijke waarden na, maar de manier waarop zij dat zouden willen doen hoeft niet dezelfde te zijn en zal, om effectief te zijn, een eigen vormgeving en benaderingswijze dienen te hebben. Beter dan metselen geeft weven de vrouwelijke benadering van het leven weer: niet statisch en rationeel maar flexibel en relationeel. In de jaren die volgden is dan ook een zelfstandige vrouwenorde ontstaan, die net als de Vrijmetselarij als doel heeft de geestelijke ontplooiing van de leden en daarmee een betere wereld. De ritus, bestaande uit drie inwijdingen en rituelen voor bijzondere momenten van het jaar, zijn ontstaan in de loop der jaren. In het begin zijn daar drie ervaren Vrijmetselaren bij behulpzaam geweest . Het is dan ook geen wonder dat de drie graden in opbouw verwantschap vertonen met die van de Vrijmetselarij. Ook zijn er tussen beide Ordes, hoewel ze organisatorisch en ritueel onafhankelijk van elkaar werken, altijd informele betrekkingen, vooral op lokaal niveau. Van wederzijds bezoek is echter geen sprake, men is immers niet met dezelfde ritualen ingewijd.
Over de grenzen
In de laatste jaren is de Orde van Weefsters steeds meer naar buiten getreden. Dit heeft te maken met een grotere zelfverzekerdheid als groepering, maar ook met de realisatie dat deze werkwijze voor veel vrouwen in een behoefte kan voorzien. Het bereiken van potentiële leden mag niet meer een kwestie van toeval zijn. Vandaar dat de meeste loges (plaatselijke afdelingen) regelmatig informatieavonden organiseren waar iedereen welkom is. Zieltjes winnen is zeker niet de bedoeling. Een loge is een groep mensen die elkaar vertrouwen en waarderen. Dat wordt in gevaar gebracht als er teveel nieuwe leden tegelijk binnenkomen. Aan de andere kant moet er steeds fris bloed binnenkomen om te zorgen voor nieuwe inbreng, die verstarring voorkomt. Er is ook een tendens om niet te wachten met het stichten van nieuwe loges tot de bestaande zo groot worden dat men elkaar niet meer kent, maar zo snel mogelijk een nieuwe groeikern te starten. Vandaar dat er in de afgelopen jaren drie nieuwe kleine loges zijn ontstaan en er ook werkgroepen actief zijn met het doel er nog meer te beginnen. In kleine groepen is het intensief werken en dat stimuleert extra activiteit bij allen. Inmiddels is het ook zover gekomen dat er voldoende Franse vrouwen lid geworden zijn om in Parijs een eigen zelfstandige zusterorde te stichten. In november 2002 was het zover. De ritualen zijn in het Frans vertaald, er is instructie geweest, men heeft zich het gedachtegoed eigen gemaakt en dat heeft veel werk gekost, zowel in Nederland als in Frankrijk. Het is een historische stap voor de Weefsters. De gretigheid waarmee de Franse vrouwen de ritus hebben overgenomen geeft aan dat hierdoor de behoefte aan verdieping ook voor hen wordt bevredigd. Vanuit Parijs zullen zeker weer nieuwe loges ontstaan met dezelfde inzet: werken aan jezelf om beter Mens te worden.
Literatuur:
Leven is als weven; Een halve eeuw vrouwenorde Vita Feminea Textura 1947 - 1997, A.F. Fokker e.a., Ten Have 1997 € 7,50 incl verzendkosten. Klik hier om te bestellen.
Graag uw juiste naam, adres en postcode invullen op deze email.
Over de auteur: Anky Fokker is sinds 1975 lid van de Orde van Weefsters. In het dagelijks leven is zij directeur van een scholingsinstituut. Zij is afgestudeerd als psycholoog.